Gebruikerslogin

Word Lid

Interview met Sandor Lubbe

Ingediend door Jessika op Woe, 26/05/2010 - 10:30.
Fotograaf en oprichter van Zoo Magazine: Sandor Lubbe

“Vroeger wilde ik tennisleraar worden!” Niet bepaald een logische link naar fotografie en magazines, maar wij zijn blij dat Sandor Lubbe toch geen ‘ballenjongen’ is geworden. Samen met de Canadese zanger/fotograaf Bryan Adams en creative consultant José Klap richtte hij in 2003 de stijltitel Zoo Magazine op (een internationaal kwartaalblad met veel aandacht voor fotografie, mode, kunst, muziek en film) en willen grote sterren in zijn blad (en sinds twee jaar ook voor zijn lens) staan. Met zijn sombere, maar indrukwekkende manier van fotograferen vertellen zijn foto’s een verhaal waarbij je de indruk zou kunnen krijgen dat het in elkaar geslagen prostituees zijn. Aldus Sandor.

Een succesvolle fotograaf die niets van een camera af weet! Klinkt onlogisch, maar Sandor Lubbe is er toch echt zo eentje. Met alleen een HAVO diploma op zak, moet hij wel een ongelooflijk talent zijn. Het geheim? “Enthousiasme, veel mensen praten alleen, maar ik ben meer iemand van: we doen het wel en we zien wel waar het schip strandt,” aldus Sandor. En dat schip is niet midden op de oceaan gezonken. Want na het succesvol internationaal magazine Dutch, heeft hij nu wederom een goedlopend tijdschrift opgezet, namelijk Zoo Magazine. Door een ruzie met zijn uitgever, stopte het blad Dutch op zijn hoogtij. Of het blad hetzelfde is als Zoo Magazine vertelt hij eerlijk: “Dutch had veel meer prestige dan Zoo. Iedereen heeft het er nog over. Ik was de eerste die een brug sloeg tussen high fashion en straatmode. Vroeger was dat meer gescheiden. Toen dat succesvol bleek te zijn, kwamen er allemaal nieuwe titels in Londen en Parijs, die naar Dutch keken. Zoo is ook net zo goed, maar toentertijd had Dutch zoveel meer prestige, dat zelfs Mario Testino foto’s voor het blad maakte. Iedereen wilde er voor werken, bijvoorbeeld Karl Lagerfield. Nu doe ik hetzelfde, maar het is veel moeilijker geworden. Er zijn heel veel titels bij gekomen in Londen, Parijs en New York. Het komt niet vanzelf naar je toe.”

Toen ik het adres van Sandor Lubbe aan het zoeken was en de naam Amsterdam-Zuid op een straatnaambordje zag staan, dacht ik dat ik verkeerd zat. Zuid is niet wat ik bij Sandor Lubbe zo 1,2,3 zou plaatsen. Maar eenmaal binnen moest ik mijn vooroordelen wel inslikken. Een ruime kamer met een artistieke kunstenaars uiterlijk. Overal hingen en stonden tribal kunstvoorwerpen. Hij houdt duidelijk van reizen, spullen zoeken en verzamelen. “Die vogelkooi heb ik eergisteren in België gekocht, ik reis moeiteloos zoveel kilometer om een stom kooitje te kopen.”

Door de komst van de digitale fotografie en na al vijftien jaar portfolio’s in zijn handen te hebben gehad, was de stap om zelf te gaan fotograferen makkelijk: “Vroeger zou ik het niet gedaan hebben, met al het gedoe van die filmpjes. Maar de camera’s van nu denken gewoon na voor je, hoef ikzelf tenminste niet zoveel te denken.”

Door Dutch magazine is Sandor bekend geworden in binnen- en buitenland. Komt het niet mede door de samenwerking met Bryan Adams? “Deels natuurlijk wel. Maar het is niet zozeer dat hij degene is, die dat mogelijk maakt. Het heeft ook wel enigszins te maken met hoe wij met onderwerpen omgaan, dat toch veel mensen in het blad willen staan. En dat is toch wel bijzonder, want de meeste tijdschriften kopen dat soort publicaties over en wij fotograferen dat allemaal zelf.”  

Tijdschriften die hij goed vindt, zitten vooral in hetzelfde niche segment als Zoo. Zo vindt hij Fantastic Man het beste in Nederland. Maar internationale titels zijn toch meer besteed aan Sandor Lubbe. Zelf zegt hij hierover: “Ik vind ze niet slecht, maar ik vind ze ook niet super goed in vergelijking met wat ikzelf heb gedaan.” Maar als je Nederlandse titels niet zo goed vindt, waarom heb je er dan voor gekozen om je blad in Duitsland uit te brengen en niet in Nederland? “Destijds was daar nog niet heel veel van het genre wat ik wilde uitbrengen. Alleen toen ik begon met Zoo, startten er in hetzelfde jaar ook nog eens 6 andere soortgelijke tijdschriften. Het gevoel was goed om daar iets te beginnen.”

In tegenstelling tot andere fotografen staat zijn camera ook nog eens op de automatische stand. Hoe kan dat nou weer, zo’n goede fotograaf en dan schiet hij op de automatische piloot, waar nou niet bepaald vakantiekiekjes uit komen. “De meeste mensen verwachten dat ook niet, die denken toch wel dat ik er verstand van heb. Ik weet wel wat ik doe, maar ik weet van de camera zelf vrij weinig. Ik werk weinig met gehuurd licht, altijd met een flitser erop. Vrij standaard, maar ik weet wel wat ik daarna doe met kleuren bewerken. Dan moet je niet denken aan glad trekken, maar wel met de kleurnuances spelen.” Aan voorbereiden doet hij ook al bijna niets. “Ik weet dat er veel fotografen zijn die allemaal ideeën hebben uitgewerkt en collages maken. Daarom werk ik ook niet veel met gehuurd licht, omdat ik vind dat het mij remt. Als ik bijvoorbeeld denk dat het niet helemaal werkt, heb ik niet de flexibiliteit om iemand mee te trekken en te zeggen: ga nu daar staan, we gaan nu dit doen.”

“Van de techniek weet ik gewoon vrijwel niets. Dan hoor je andere soms: weet je dat niet? Nee dat weet ik niet. Klinkt bijna als een belediging voor het vak. Ik weet misschien maar 4 dingen van de camera.” Een cursus misschien een idee? “Een lullige basiscursus zou wel handig zijn voor bijvoorbeeld de belichting als het te donker is. Tot nu blijkt het genoeg te zijn voor wat ik doe. Ik word nu ook niet geremd, als je teveel weet, verzuip je er misschien wel in. Je hebt fotografen die technisch waanzinnig goed zijn, maar die gelijk in de stress schieten als het licht niet helemaal valt zoals het zou moeten.”

Technisch dan misschien wat minder, maar inzicht en een kijk op talent heeft hij zeker. Maar hij is niet bezig om zich te onderscheiden van andere fotografen. “Ik denk dat het in Nederland wat mij betreft gemakkelijker is om me te onderscheiden, maar internationaal gezien zijn er wel heel veel goede fotografen. Ik vind het ook moeilijk, want als je heel goed modefotografie doet ben je ook afhankelijk van allerlei factoren. Krijg ik het juiste model, heb je de beste kleding tot je beschikking, haar en make-up. Dat geluk heb je meestal niet in Nederland. Als je succesvol wil worden, moet je toch echt in Parijs, New York of Londen zijn. Die ambitie heb ik niet om daar steeds te verblijven.”

Graag alles zelf in de hand hebben is belangrijk en hij kiest dan ook graag zijn eigen modellen uit. “Ik weet wel, als je het spel goed wilt spelen moet je de beste modellen proberen te boeken. Dat is voor het tijdschrift ook beter. Want het is niet slim, om het maar even plat te zeggen, een B-model te fotograferen, als je ook een model uit de top 25 van Frankrijk kan fotograferen. Dus eigenlijk laat ik me uiteindelijk beïnvloeden. Ik doe het nog steeds wel op mijn eigen manier, maar in het belang van het tijdschrift zou ik dus eigenlijk naar Parijs moeten gaan. Kijk, ik schiet wel celebrities, maar wel degene die ik zelf heel goed vind en die passen bij het tijdschrift.”

Standaard modeseries die je in glossy’s tegen komt zijn niet aan hem besteed.
“Ik zou het fijn vinden als het plaatje over 10 jaar nog mooi wordt gevonden en niet te trendy is. Ik wil graag emotie overbrengen in een foto.” Een eigen tijdschrift geeft veel vrijheid, maar heeft natuurlijk ook beperkingen.”Als je het alleen maar op je eigen manier wil doen, moet je kunstenaar worden. Dat zou ik wel weer willen, alleen in die galeriewereld is het ook niet zo makkelijk. Maar als je me echt vraagt wat ik het leukst vind, dan is het toch wel in de kunstenaarscene.”

De meisjes die voor zijn lens verschijnen stralen vaak bedroefdheid uit en vertellen een verhaal, waardoor je net even wat langer naar zijn foto’s kijkt. “Ik kijk vaak of een meisje een dramatisch huilhoofd heeft. Of ze een verhaal vertelt met haar emoties, een soort geënsceneerde werkelijkheid. Ik heb wel eens foto’s gemaakt van meisjes waarbij je de indruk zou kunnen krijgen dat ze in elkaar geslagen prostituees zijn. Dan zit er een soort van triestheid in hun blik.” Geen perfecte modellen dus voor Sandor, als ze maar een rauwe en trieste sfeer uitstralen. Het hangt van het type gezicht af of er genoeg dramatiek in schuilt. Naast jankhoofdjes houdt hij ook van echte blijheid. “Moet het wel echte blijheid zijn en niet een chemische lach.”

Het meest trots is hij op een serie die niet gepubliceerd mag worden van het model. “Het is van een meisje waarbij ik de werkelijkheid gevoelsmatig zelf heb verdraaid, dat het net lijkt op trailer trash uit Texas. Zij wilde graag dat de serie mooi zou worden, maar ik mag het nu nog niet publiceren. Ik vind het mooi, maar het is misschien te heftig.” Ja en vriendjes kunnen publicatie verbieden. Naast alle celebraties die hij voor de lens heeft gehad, kiest hij naast de trailer trash ook voor een serie die hij van Mika heeft gemaakt. Een meisje dat geen model is en die hij speciaal heeft laten overkomen.

De kracht van Sandor ligt in zijn onmiskenbare kijk op art direction, casting en editing en hier houdt hij zich dan ook grotendeels mee bezig bij Zoo Magazine. “Tekst verwerken vind ik ook belangrijk, maar dat laat ik over aan mijn collega’s. Ik ben zelf gewoon meer visueel ingesteld en daar ligt ook mijn kracht. Dus de vormgeving van het blad, bijvoorbeeld welke foto’s in het blad komen en welke niet. Om een blad van voor naar achteren consistent goed in elkaar te zetten is echt niet zo gemakkelijk. Dat wordt vaak onderschat door andere bladen. De kwaliteit van het blad is ook de enige manier om goede fotografen voor je te winnen.”

Met de komst van internet kan je binnen een paar seconde nieuws plaatsen, een tijdschrift heeft een veel langer proces nodig. Denk je dat de tijdschriften de toekomst hebben?
“Als ik om mij heen kijk denk ik dat de niche titels wel een goede toekomst hebben. Ik denk dat de commerciëlere titels op langere termijn meer te lijden hebben, omdat die over trends gaan. Ons blad gaat niet echt over de jeugd en ik denk dat de nieuwe generatie veel meer internet gebruikt om te zoeken waar ze bijvoorbeeld die laarsjes kan kopen. Ik denk niet dat tijdschriften zullen verdwijnen, maar er zijn er ongetwijfeld teveel. Er mogen er best een paar afsterven, als het maar niet die van mij is!


Voor meer informatie over Zoo Magazine kijk op:
www.zoomagazine.com
Voor meer werk van Sandor Lubbe zie:
www.sandorlubbe.com

Nieuwe reactie plaatsen

Meer informatie over formaatmogelijkheden

Om spam tegen te gaan, vragen we je om de code op het plaatje in te vullen.